Objectafbakening

In het kort
Op deze pagina geven we de kwaliteitseisen die we stellen aan de wijze waarop de objectafbakening van onroerende zaken in de WOZ-administratie vastgelegd moet worden. Onderaan de pagina vindt u verwijzing naar kwaliteitseisen op enkele bijzondere aspecten die van belang zijn bij de objectafbakening en kwaliteitseisen voor specifieke groepen objecten.
Volledigheid kadastrale objecten
Kwaliteitsbegrip: Volledigheid
Alle actuele kadastrale objecten (percelen en appartementen) in de Basisregistratie Kadaster (BRK), dienen in de WOZ-administratie te zijn opgenomen. De kadastrale objecten (percelen en appartementen) die betrekking hebben op de categorieën:
a) beschikte/te beschikken objecten
b) gebouwde uitgezonderde objecten
c) sluimerende objecten, of dienen in de WOZ-administratie te zijn gekoppeld aan één of meer WOZ-objecten en/of aan één of meer sluimerende WOZ-objecten.
De kadastrale objecten (percelen) die betrekking hebben op ongebouwde uitgezonderde objecten moeten op een van onderstaande vier manieren in de WOZ-administratie zijn opgenomen:
1. de uitgezonderde ongebouwde objecten worden volledig conform de regels voor de objectafbakening opgenomen in het centrale bestand met WOZ-objecten (bijvoorbeeld een WOZ-object met bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond van ondernemer X);
2. alle uitgezonderde ongebouwde objecten worden wel opgenomen in het centrale bestand met WOZ-objecten, maar niet volledig conform de regels voor de objectafbakening (bijvoorbeeld alle natuurgebieden van Staatsbosbeheer als één object, ongeacht de vraag of sprake is van een samenstel). In de praktijk wordt dit aangeduid als "container";
3. de uitgezonderde ongebouwde objecten worden niet opgenomen in het centrale bestand met WOZ-objecten, maar in een ander administratief bestand (bijvoorbeeld kadastrale bestand of afzonderlijke database of spreadsheet);
4. het onderscheid tussen WOZ-objecten waarvoor een waarde vastgesteld moet worden en die geleverd worden en de "ongebouwde uitgezonderde objecten" wordt gemaakt in een GIS-systeem (digitale WOZ-kaart) en alleen van de eerste soort objecten worden de gegevens vastgelegd in het WOZ-bestand.
Bij elk van de vier registratiewijzen is vastgelegd de uitzonderingsgrond (bijvoorbeeld bedrijfsmatige geëxploiteerde cultuurgrond), de wijze van beoordeling (bijvoorbeeld vergelijking externe registratie, doelmatigheidsgrens, informatievraag aan eigenaar), de datum van beoordeling en de verwijzing naar eventueel onderliggende stukken.
Indien methode 1 of 2 wordt gehanteerd, worden deze uitgezonderde ongebouwde objecten (containers) geregistreerd met gebruikscode "80". Daarbij is van belang dat deze WOZ-objecten met gebruikscode "80" geen onderdeel uitmaken van de Basisregistratie WOZ en dus niet geleverd worden aan de Landelijke Voorziening WOZ (LV WOZ).
Bandbreedte
0,1% met een minimum van 10 kadastrale objecten
Wijze van meten
Bestandsvergelijking tussen de gemeentelijke kadastrale administratie (op basis van BRK-levering) of direct de BRK en de WOZ-administratie.
Toelichting
De vastlegging van de ongebouwde uitgezonderde objecten en daarmee van de kadastrale objecten (percelen) die betrekking hebben op deze ongebouwde uitgezonderde objecten kan ook buiten het WOZ-objectenbestand geschieden, bijvoorbeeld in de vorm van een afzonderlijk Excel of Access bestand. De systemen waarmee het WOZ-objectenbestand wordt bijgehouden behoeven dus niet te voorzien in functionaliteit om deze ongebouwde uitgezonderde objecten te beheren en te bewaken. Bij de keuze of een gemeente de ongebouwde uitgezonderde objecten in afzonderlijke bestanden bijhoudt of in het gemeentelijke WOZ-objectenbestand maakt de gemeente zelf een afweging tussen onder meer de doelmatigheid van de uit te voeren werkzaamheden en de eventuele investeringen in hulpmiddelen (automatiseringsinvesteringen).
Volledigheid kadastrale oppervlakte in totalen
Kwaliteitsbegrip: Volledigheid
De totale kadastrale oppervlakte van de gemeente dient in de WOZ-administratie te zijn opgenomen.
De wijze waarop de volledigheid van de kadastrale oppervlakte wordt bewaakt, is afhankelijke van de manier waarop de ongebouwde uitgezonderde objecten in de WOZ-administratie zijn opgenomen.
Er zijn vier methoden van registratie van ongebouwde percelen:
1. ongebouwde uitgezonderde objecten volledig volgens de objectafbakeningsvoorschriften in het centrale bestand met WOZ-objecten. Dan geldt de eis dat de totaaltelling van de kadastrale oppervlakte (kadastrale grootte) in het gemeentelijk kadastraal systeem (GKS) of direct de BRK gelijk is aan de totaaltelling van de grondoppervlakte van alle WOZ-objecten en alle sluimerende WOZ-objecten in het WOZ-objectenbestand op dezelfde datum;
2. ongebouwde uitgezonderde objecten in het centrale bestand met WOZ-objecten opgenomen in de vorm van containers. Ook dan geldt de eis dat de totaaltelling van de kadastrale oppervlakte (kadastrale grootte) in het gemeentelijk kadastraal systeem (GKS) of direct de BRK gelijk is aan de totaaltelling van de grondoppervlakte in het WOZ-objectenbestand op dezelfde datum;
3. ongebouwde uitgezonderde objecten zijn opgenomen in een andere administratief bestand (bijvoorbeeld spreadsheet, database). Dan geldt de eis dat de totaaltelling van de kadastrale oppervlakte (kadastrale grootte) in het gemeentelijk kadastraal systeem (GKS) of direct de BRK gelijk is aan de totaaltelling van de grondoppervlakte in het WOZ-objectenbestand (Basisregistratie WOZ) plus de som van de kadastrale oppervlakte van de uitgezonderde ongebouwde percelen opgenomen in het gebruikte andere administratieve bestand;
4. ongebouwde uitgezonderde objecten zijn met de overige objecten opgenomen in een GIS-systeem. Dan geldt de eis dat de totaaltelling van de kadastrale oppervlakte (kadastrale grootte) in het gemeentelijk kadastraal systeem (GKS) of direct de BRK gelijk is aan de totaaltelling van de grondoppervlakte in het WOZ-objectenbestand (Basisregistratie WOZ) plus de som van de kadastrale oppervlakte van de uitgezonderde ongebouwde percelen volgens het gebruikte GIS-systeem.
Bandbreedte
Verschil maximaal 1% van de kadastrale oppervlakte volgens de gemeentelijke kadastrale administratie (op basis van BRK-levering) of direct volgens BRK.
Wijze van meten
Bestandsanalyse met vergelijking tussen de gemeentelijke kadastrale administratie (op basis van BRK-levering actueel gehouden kopie van het Kadaster) of direct BRK en het WOZ-objectenbestand en eventuele andere bestanden met ongebouwde uitgezonderde WOZ-objecten.
Volledigheid grondoppervlakte per object
Kwaliteitsbegrip: Volledigheid
Aan elk WOZ-object dienen één of meer kadastrale percelen of delen van percelen te zijn gekoppeld.
Indien een WOZ-object dezelfde afbakening kent als het kadastrale object is de grondoppervlakte gelijk aan de toegekende oppervlakte per kadastraal object. De gemeente draagt er zorg voor dat de geregistreerde oppervlakten consistent zijn met de oppervlakte (kadastrale grootte) volgens de kadastrale registratie.
Indien het WOZ-object slechts een gedeelte van een kadastraal object betreft is de grondoppervlakte ook gelijk aan de toegekende oppervlakte per kadastraal object. In dat geval volgt de grondoppervlakte (en dus de 'toegekende oppervlakte per kadastraal object') niet direct uit de kadastrale registratie maar moet bepaling door de gemeente plaatsvinden. Ook hier draagt de gemeente zorg voor consistentie tussen de grondoppervlakte van de verschillende WOZ-objecten betrokken bij dit perceel en de oppervlakte (kadastrale grootte) van het perceel volgens de kadastrale registratie.
Indien een WOZ-object bestaat uit meerdere (gedeelten van) kadastrale objecten is de grondoppervlakte gelijk aan de som van de toegekende oppervlakte per kadastraal object die behoren bij het betreffende WOZ-object.
Bandbreedte
Bij maximaal 0,1% van de WOZ-objecten (en de sluimerende WOZ-objecten) met een minimum van 10 WOZ-objecten (en sluimerende WOZ-objecten) is er geen consistente relatie tussen grondoppervlakte, toegekende oppervlakte en kadastrale grootte van de gekoppelde kadastrale percelen.
Wijze van meten
Bestandsanalyse.
Volledigheid koppeling BAG-objecten
Kwaliteitsbegrip: Volledigheid
Alle actuele verblijfsobjecten in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen zijn in de WOZ-administratie gekoppeld aan één of meer WOZ-objecten (isVerbondenMet-relatie). Deze koppeling is gemaakt via het WOZ-deelobject.
Alle actuele standplaatsen en ligplaatsen in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen zijn in de WOZ-administratie gekoppeld aan één of meer WOZ-objecten (isVerbondenMet-relatie). Deze koppeling is gemaakt via het WOZ-deelobject.
Alle actuele panden in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen waarvan geen verblijfsobject onderdeel uitmaakt, zijn in de WOZ-administratie gekoppeld aan één of meer WOZ-objecten. Deze koppeling is gemaakt via het WOZ-deelobject.
Bandbreedte
0,1% met een minimum van 10 BAG-objecten voor verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen.
1% van de panden zonder verblijfsobject
Wijze van meten
Bestandsvergelijking tussen de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (al dan niet via de Landelijke voorziening BAG) en de WOZ-administratie (al dan niet via de Landelijke voorziening WOZ).
Toelichting
WOZ-objecten waaraan één of meer BAG-objecten zijn gekoppeld, vallen in de categorie "beschikte/te beschikken objecten" of in de categorie "gebouwde uitgezonderde objecten". Deze WOZ-objecten zullen dus altijd volledig in de WOZ-administratie (Basisregistratie WOZ met kopie in de Landelijke Voorziening WOZ) zijn vastgelegd.
Alleen wanneer een bouwvergunning wordt verleend voor een bouwperceel dat nog niet bouwrijp gemaakt is en dat bijvoorbeeld nog agrarisch geëxploiteerd wordt, kan sprake zijn van een nog "ongebouwde uitgezonderde onroerende zaak". In de WOZ-administratie (Basisregistratie WOZ met kopie naar de Landelijke Voorziening) is het dan mogelijk dergelijke WOZ-objecten vast te leggen met de status "gevormd, niet actief". Voor dergelijke WOZ-objecten kan nog geen waarde worden vastgesteld.
Combinatie meegetaxeerde oppervlakte gebouwd en code gebouwd/ongebouwd
Kwaliteitsbegrip: Juistheid
Het gegeven 'meegetaxeerde oppervlakte gebouwd' mag alleen gevuld zijn/een waarde hebben groter dan nul indien de 'code gebouwd/ongebouwd' gelijk is aan 'B = gedeeltelijk gebouwd, gedeeltelijk ongebouwd'.
Indien het gegeven "meegetaxeerde oppervlakte gebouwd" een waarde groter dan nul heeft dan moet deze oppervlakte consistent zijn met het gegeven "meegetaxeerde oppervlakte" op de aan dit WOZ-object gerelateerde kadastrale percelen.
Bandbreedte
Bij maximaal 0,1% van de WOZ-objecten met een code "B" (gedeeltelijk gebouwd, gedeeltelijk ongebouwd) met een minimum van 10 WOZ-objecten is er geen consistente relatie tussen meegetaxeerde oppervlakte gebouwd en meegetaxeerde oppervlakte op de relatie naar de gekoppelde kadastrale percelen.
Wijze van meten
Bestandsanalyse en steekproef
Meer over kwaliteitseisen bij objectafbakening


